07 maart 2016

ZAMAN CENSUREREN IS NOT DONE

Het primaat van de geostrategische realpolitik

Dat EU-kandidaat-lidstaat Turkije niet de beste leerling van de klas is wanneer het aankomt op de bescherming van de vrijheid van pers en meningsuiting, is een understatement. De afgelopen jaren is de Turkse regering erin geslaagd alle Turkse tv-zenders in de (presidentiele) pas te laten lopen. Online werd de vrije mening gemuilkorfd door nieuwe wetten. Journalisten werden geïntimideerd en indien nodig zelfs opgesloten. Naar schatting 30 van hen zitten vandaag achter de tralies.

Aan dit autoritaire imago breidde de Turkse regering afgelopen weekend een onwaarschijnlijk vervolg. Vrijdag ontzetten ordetroepen de kritische redactie van Zaman, de laatste belangrijke oppositiekrant. Zondag verscheen de glimlachende president himself op de cover van Zaman 2.0. Gekaapt tot onderdeel van de persoonlijke propagandamachine. De gene voorbij, de persvrijheid definitief. Het is het sluitstuk van het jarenlang aan banden leggen van de vrijheid van pers en meningsuiting.

Helemaal gênant was de daaropvolgende flauwe reactie van de Europese Unie ten aanzien van haar kandidaat-lidstaat. ‘Men zou de situatie van nabij opvolgen.’ Een veroordeling bleef uit. Vandaag (07/03) vindt immers een topoverleg plaats tussen de EU en Turkije over de vluchtelingencrisis. De onmacht van de Europese Unie om te komen tot één Europese oplossing, maakt dat ze naar de kandidaat-lidstaat kijkt om de kastanjes uit het vuur te halen. Turkije schofferen zou ruis op de lijn kunnen brengen. De geostrategische realpolitik primeert op de democratische fundamenten van het Europese project. De slinger slaat (veel te ver) door.

Onze Europese democratische fundamenten

We mogen immers niet al te lichtzinnig toegeven op onze Europese grondwaarden. Niet enkel de Europese eengemaakte markt, maar zeker ook het gedeeld geloof in de liberale democratie met haar elementaire vrijheden en rechten, ligt aan de basis van de historisch gegroeide welvaart in Europa. Net omdat Europa meer is dan een economische ruimte, zijn deze principes ook opgenomen in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Elk land dat lid is of wenst te zijn van de Europese Unie moet dit document onderschrijven en toepassen in het beleid.

Artikel 11 luidt daarbij als volgt: “Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te hebben en de vrijheid kennis te nemen en te geven van informatie of ideeën, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. De vrijheid en de pluriformiteit van de media worden geëerbiedigd.”

Het is de ondubbelzinnig verdediging van de vrije pen en één van de hoekstenen van en voorwaarden voor een vrije en open samenleving. Het is een recht dat wij ten allen tijden krachtdadig moeten uitdragen. In de eerste plaats ten aanzien van de eigen lidstaten, denk maar aan Polen. Maar ook wanneer wij aan de onderhandelingstafel plaatsnemen met kandidaat-lidstaat Turkije. Zeker aangezien de Turkse regering bij monde van Turkse premier Ahmet Davutoglu voor de top het Turks lidmaatschap van de EU nadrukkelijk op tafel legde.

Het eigen falen om het hoofd te bieden aan de vluchtelingencrisis en geopolitieke chantage van de Turkse regering mogen er niet toe leiden dat wij toegeven op de grondwaarden van onze liberale democratie. Dit wel doen plaatst een grotere hypotheek op het Europese project dan de asielcrisis waar de top tussen Europa en Turkije om draait.

Jean-Jacques De Gucht

Lionel Bajart

Reageer:
  1. Naam*
  2. E-mail*
  3. Bericht*