16 januari 2015

Speech: debat over de werking van de senaat met premier Charles Michel

Geachte Premier,

Geachte Voorzitter,

Geachte collega’s,

Vooreerst wens ik de premier te bedanken voor zijn toespraak hier tijdens de plenaire vergadering van deze assemblee. Het is vandaag de vierde keer dat wij samenkomen. Deze plenaire zitting komt er na een week van constructief werk in de commissies. In tegenstelling tot voorgaande legislaturen luisteren deze niet naar de naam commissie voor buitenlandse, sociale of binnenlandse aangelegenheden. Neen. Vandaag spreken we van de commissies institutionele aangelegenheden of transversale, gewest, dan wel gemeenschapsaangelegenheden. Dit is het gevolg van de zesde staatshervorming. Die heeft voor dit halfrond een specifieke en belangrijke rol weggelegd binnen onze staatsstructuur: het stroomlijnen van onze federale staatsstructuur en het samenbrengen van de gemeenschappen in onze federale staat.

U, meneer de eerste minister, hebt ons vandaag met uw uiteenzetting verder geholpen om invulling te geven aan die rol. Onze dank dan ook voor de voortrekkersrol die u hier vandaag in opneemt. Toch had ik graag een kleine bedenking gemaakt, beste collega’s. Ons wacht de taak om vanuit de gemeenschappen een democratische, parlementaire dialoog te voeren met het federale niveau. En dan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat wij worden ingelicht over de weg die de federale beleidsploeg wil inslaan. Maar nadrukkelijk is het ook onze taak ook het overleg tussen de gemeenschappen te laten leven. Vindt u het dan niet vreemd, collega’s van de Vlaamse gemeenschap, dat u wél geïnformeerd bent over het programma van de Vlaamse regering en uw collega’s hier, in dit halfrond, uit Brussel, Wallonië en de Duitstalige sprekende gemeenschap niet? En vinden jullie, collega-senatoren uit Brussel, Wallonië en de Duitse gemeenschap het niet onlogisch dat wij, deelstaatsenatoren vanuit Vlaanderen, niet op de hoogte worden gebracht over het beleid van de regeringen in jullie gewesten en gemeenschappen? Is het dan niet logisch dat niet enkel onze eerste minister, maar ook de minister-presidenten van de deelstaatregeringen, ons komen inlichten over het beleid dat hun regering voorstaat? Dat zij in dit halfrond op een evenwaardige manier als onze eerste minister hun visie uit de doeken komen doen? In een federale democratie vindt overleg immers niet enkel plaats op regeringsniveau, maar nadrukkelijk ook op het meest democratische beleidsniveau, namelijk dat van het parlement. Dat naast de premier ook de minister-presidenten hun beleid hier komen toelichten, lijkt mij dan ook niet meer of niet minder een conditio sine qua non willen wij onze nieuwe rol optimaal kunnen inkleuren.

Het is een nieuwe rol die een nieuw hoofdstuk inluidt van het nieuwe bestaan van dit halfrond. Het is een nieuwe passage die toegevoegd wordt aan een reeds rijk gevuld verleden dat meer dan 180 jaar overspant. Tijdens die tijdsspanne heeft deze senaat telkenmale haar vitaliteit bewezen. Zo is het dankzij deze assemblee dat wij ons als meest progressieve land op de wereldkaart hebben weten te plaatsen wanneer het gaat over het recht op individuele zelfbeschikking en de bio-ethische thema’s. Het is dankzij de senatoren die ons hier hebben voorgegaan en waarvan sommigen hier nu nog zitten dat mensen van hetzelfde geslacht in ons land kunnen trouwen; dat vrouwen baas zijn over hun eigen lichaam; dat de burger zélf beslist over het hoe en wanneer van zijn of haar levenseinde.  

Zelf ben ik op mijn 23ste in deze assemblee terechtgekomen en ben ik daardoor jarenlang bevoorrecht toeschouwer én deelnemer geweest van de wetgevende dynamiek die uitgaat van dit halfrond. Vergis u niet, ik ben van oordeel dat met deze staatshervorming tegemoet is gekomen aan overbodige taken die hier werden uitgevoerd. En dat er tegelijk een belangrijke nieuwe rol is geschapen voor dit halfrond. Efficiëntie. Maar de dynamiek die verder kwam door te steunen op de principes van openheid, dialoog en sereniteit moeten we koesteren. Ik ben er daarom van overtuigd dat deze senaat op diezelfde doortastende wijze als in het verleden is getoond, invulling zal geven aan de hernieuwde rol.

Alhoewel. Zo “nieuw” en plots is deze nieuwe rol nu ook weer niet. De eerste minister gaf al aan hoe de senaat altijd een rol als bemiddelaar heeft opgenomen. Vroeger als klankbord tussen koning en kamer. Nu als ontmoetingsplaats tussen gemeenschappen en gewesten. Het is een weg die met de staatshervorming van ’93 reeds was ingeslagen. Toen al werd duidelijk dat onze federale staatsstructuur nood zou hebben aan een ontmoetingsplaats voor de deelstaten. In de senaat zag het Sint-Michielsakkoord toen al de uitgelezen plaats om deze taak op zich te nemen. Het Vlinderakkoord is op deze ingeslagen weg enkel verder gegaan. Dit is duidelijk wanneer u een blik werpt op de senatoren hier vandaag: niet minder dan 50 van de 60 onder ons zijn rechtstreeks afkomstig uit onze deelstaatparlementen. En dit is duidelijk wanneer we kijken naar de vaste commissies. Alle drie houden ze zich bezig met institutionele dan wel transversale aangelegenheden.

Synchroon met de opeenvolgende staatshervormingen die nu het uitzicht bepalen van onze federale staat, is deze assemblee dus uitgegroeid tot het orgaan dat onze federale staatsstructuur zowel belichaamt als vorm moet geven. En terecht.

Het zal aan de leden zijn om invulling te geven aan deze hervormde senaat. Hierbij denk ik spontaan aan een citaat van een grondwetspecialist dat perfect toepasbaar is op de Senaat: “De Senaat is als een schip dat de haven verlaat en op volle zee komt.”. (André Mast)

Het is nu aan ons om doordachte keuzes te maken. Hierbij moeten we rekening houden met onze specifieke – ja, zelfs unieke rol – als ontmoetingsplaats waar de deelstaten onderling, en de deelstaten en de federale staat met elkaar kunnen praten. Ook u, mevrouw de Voorzitter verwees hier vorige vergadering terecht naar: “Onze Assemblee vormt de strategische band tussen de federale staat en de deelstaten, een koppelteken als het ware.”.  

Daarom is het aan ons om onze institutionele rol op te nemen en te werken aan het stroomlijnen van onze federale staatsstructuur. Dit om zo efficiënt mogelijke oplossingen aan te reiken voor de beleidsuitdagingen waar we voor staan. Door deze, vertrekkende vanuit het subsidiariteitsprincipe, aan te pakken vanop het meest aangewezen beleidsniveau.

De taken van onze assemblee moeten haar unieke samenstelling weerspiegelen. Wij dienen de politieke rol te vervullen die uit onze samenstelling voortvloeit en in het verlengde ligt van onze traditie. Een traditie van openheid, dialoog en sereniteit. Deze senaat dient haar rol als deelstatenkamer en haar rol in het kader van preventie van conflicten tussen de deelstaten in te vullen. Het is net in haar specificiteit dat haar taken vervat zitten. Concrete antwoorden bieden aan problemen die het eigen beleidsdomein overschrijden.

Ook de andere partijen zijn dit uitgangspunt genegen.

Ik verwijs naar senator Meuleman die de vorige vergadering wees op het belang van de Senaat als ontmoetingsplaats voor de deelstaten en dat net daar haar kerntaak ligt. Ook collega Anciaux beaamde dit: “De senaat is een plek waar de vertegenwoordigers van de deelgebieden hun mening kunnen geven over elkaar, tegen elkaar over de federatie en tegenover de federatie. Dat is een boeiende uitdaging.”.

In tegenstelling tot andere federale staten zoals Duitsland bestaat er bij ons niet zoiets als het “Bundesrecht bricht Landesrecht” principe. Er bestaat in België immers geen hiërarchie tussen federale en deelstatelijke wetgeving. Ook hier ligt de unieke rol van de Senaat. Gezien de samenstelling van de senaat bekleedt deze hierin immers een bijzondere rol. De senaat vervult hier als het ware een bruggenfunctie.

Dit alles vindt men terug onder de gemeenschappelijk term “de transversale thema’s.”. of, om het wat concreter te maken: “invulling geven aan de federale samenwerking.”.

Aldus kan de Senaat bij uitstek de assemblee worden waar het federalisme, en dus de samenwerking in ons land, concreet vorm krijgt. Dit om de beleidskeuzes van onze verschillende regeringen op elkaar af te stemmen zodat ze in plaats van elkaar tegen te werken, net versterkend werken.        

Om deze unieke rol te bewerkstelligen hebben we diverse instrumenten ter beschikking.

Vooreerst is er de wetgevende bevoegdheid waar de Senaat ten volle bevoegd blijft voor de institutionele aangelegenheden. Naast dit belangrijke institutioneel luik heeft de Senaat tevens een adviserende rol over belangenconflicten tussen de verschillende federale geledingen.

Een volledig nieuw instrument is het informatieverslag. Met deze verslagen zal men concrete invulling geven aan de transversale rol die de Senaat bekleedt. Deze informatieverslagen kunnen onder meer bijdragen tot een betere samenwerking tussen de deelstaten alsook met de federale staat. Daarnaast kunnen zij ook invulling en ondersteuning bieden aan internationale thema’s, getuige het opgestarte informatieverslag Peking 2020.

Met de informatieverslagen kan de Senaat ten gronde belangrijke maatschappelijke kwesties aansnijden, die door haar ervaring als reflectiekamer kleur, diepte en gewicht zullen krijgen en oplossingen naar voor dragen voor prangende maatschappelijke en ethische kwesties.

Een concreet voorbeeld hiervan is het breed gedragen informatieverslag betreffende de vierde VN-wereldvrouwenconferentie Peking waar we bekijken welke maatregelen nog getroffen om de positie van de vrouw te verbeteren. Niet enkel de vrijheid van meningsuiting, ook de gelijkheid van man en vrouw is immers een fundamenteel recht in onze samenleving. Een ander voorbeeld is het informatieverslag waarin bekeken wordt hoe de omzetting van het Europees recht naar het Belgisch recht gestroomlijnd kan worden. Het brede draagvlak voor beide voorstellen vind ik daarbij een heel belangrijk gegeven. Ik verwijs hier naar de woorden van collega de Bethune: “Enkel door wel doordacht en degelijke werk af te leveren rond concrete maatschappelijke thema’s zullen we kunnen bouwen aan het morele gezag dat deze instelling nodig heeft om haar unieke rol te kunnen vervullen.”.

Beste collega’s. Vorige week woensdag zijn we allen getuige geweest van de gruwel die religieuze radicalen in de naam van Allah hebben aangericht. De aanslag door terroristen op Charlie Hebdo eiste twaalf levens. Maar de aanslag was ook symbolisch. Het was  een aanslag op het hart van onze democratie, zoals u, meneer de minister, het verwoordde.

Een aanslag op hét Franse symbool van vrije meningsuiting, van vrijheid van pers. Een aanslag op de satirische pen van  ‘Charb’, ‘Cabu’, Tignous’ en ‘Wolinski’. Een aanslag vlakbij huis. Dat dit gevaar vooralsnog niet nog dichter bij huis is gekomen, danken we aan de moedige acties van onze agenten gisterenavond. Op dertien verschillende plaatsen vielen zij binnen om radicalen ervan te weerhouden ook hier in ons land terreur te zaaien.

Deze inval betekent allesbehalve het definitieve einde van de strijd tegen radicalisering. Het is een strijd die we als samenleving samen zullen moeten voeren. Charlie én Ahmed. Maar ook in Vlaanderen, in Wallonië én federaal. En dit doen we ook. De Vlaamse regering wil via ons onderwijs onze jongeren wapenen tegen radicalisme. Hen begeleiden in hun ontwikkeling tot kritische burgers. De federale regering op haar beurt heeft haar twaalf-punten plan met antiterreurmaatregelen voorgesteld om onze samenleving, haar burgers en haar fundamentele waarden te beschermen tegen de terreur.

Maar ook voor dit halfrond, beste collega’s is in deze strijd een rol weggelegd. Hoewel de Senaat namelijk geen rol meer speelt bij het dagelijks bestuur van ons land, bekleedt zij immers een unieke positie waarbij zij vorm kan geven aan de samenwerking tussen de verschillende entiteiten van dit land en dit rond belangrijke maatschappelijke thema’s en fundamentele vragen die de eigen beleidsdomeinen overstijgen. Dat fundamentalisme één van die fundamentele vragen is, lijkt mij vandaag meer dan ooit duidelijk. Ik heb dan ook samen met collega Wahl een brief gericht aan onze voorzitter om in de schoot van deze assemblee een werkgroep op te richten. Een werkgroep die de verschillende beleidsinitiatieven tegen radicalisering kan bundelen en aanbevelingen doen om deze op elkaar af te stemmen.

Collega’s, zoals ik in het begin reeds aangaf, heeft de senaat in haar meer dan 180-jarig bestaan steeds weer haar vitaliteit bewezen; heeft ze telkens opnieuw haar verantwoordelijkheid ten aanzien van onze samenleving opgenomen. Die dynamiek kwam vanuit de verkozenen die hier zetelden. Ongeacht partij- of taal. Ik vertrouw erop dat ieder van jullie, ongeacht de moedertaal, ongeacht de politieke kleur, dezelfde dynamiek als degene die ik hier sinds mijn 23ste heb mogen waarnemen, zal aanwenden om invulling te geven aan dit nieuwe hoofdstuk in het bestaan van dit halfrond. Het is nu aan ons om invulling te geven aan een senaat die zich enerzijds  ontpopt tot een performant overleg- en samenwerkingsplatform dat ten dienste staat van de noodzakelijke federale samenwerking en waarbij we tegelijkertijd de burgers van dit land weldoordachte oplossingen aanreiken voor prangende maatschappelijke kwesties.

 Ik dank u.

Reageer:
  1. Naam*
  2. E-mail*
  3. Bericht*